Verlangen

Verlangen

VerlangenDe kamer is donker. Ze verdraagt het levenslicht niet meer. Het dunne rolgordijn maakt het licht van de straatlantaarn zacht en warm. Nel zit gebogen op de stoel, de ellebogen op de knieën. Vrouwtje Jas kijkt naar haar vage schaduw op de wand. Een kromme rug waar een hoofd uitsteekt. Ze lijkt wel een schildpad. 

Energie

Ineens kraakt haar stem zachtjes door de stilte.

Ik leefde van energie. Met een snoer dat naar de muur ging. Een stopcontact met een ingang en een uitgang. Dat was mijn voeding. Het gaf me een geluksgevoel. Ik hoefde niet te eten en was toch vervuld. Ik kreeg licht, warmte, energie en voedsel. Het was genoeg. Ik hoefde niet te haasten om op tijd bij de wc te zijn; het snoer voerde het af, via de muur. Nooit meer een ongelukje. Het leek de hemel wel.”

Vrouwtje Jas weet niet wat ze kan zeggen. Dus ze kijkt en knikt. De klok vertikt de stilte, buiten klinkt zacht een sirene. Een traan hangt in haar ooghoek. Hij rolt niet.

Mislukt

Verlangen

“Maar ik voelde me beperkt. Ik hoefde niet te lopen, maar ik kòn ook niet lopen. Het snoer was te kort. Ik kon me omdraaien en naar buiten kijken, meer niet. Dan stond het snoer strak. Ik heb er aan getrokken, in de hoop dat het los zou schieten. Maar nee, dat gebeurde niet. Gelukkig lag er een schaar op het tafeltje naast me. Ik reikte en pakte hem. In één beweging knipte ik het snoer door. Ik dacht wel dat het daarmee klaar zou zijn. Stil. Over. Maar nee…. ik knipte en was los. Het licht ging aan. Ik knipte mezelf niet naar de dood, maar naar het leven toe. Nu moet ik weer verder.”

Getik en geklop

Een diepe zucht. Daarna neemt de stilte de ruimte in, samen met de klok. Totdat er op de deur geklopt wordt. Vrouwtje Jas knipt een lampje aan, loopt naar de deur en opent die. Het is de verpleger van de thuiszorg. Hij komt een boterhammetje smeren. Met zachte stem vraagt hij welk beleg ze wil. Hij smeert en snijdt. Kleine stukjes, dat moet lukken. Een kopje lauwe thee erbij. Hij vraagt hoe ze zich voelt.

“Het gaat goed hoor jongen. Ik hoop dat de winter snel voorbij is, ik verlang naar het licht.”

Hij gaat naast haar zitten en prikt een stukje brood. Het traantje is onzichtbaar. Nel opent haar mond, hij stopt voorzichtig de vork er in. Ze kauwt lusteloos. Ondertussen kijkt ze smekend naar Vrouwtje Jas. Die kan niets doen. Vrouwtje Jas geeft haar een kus en zegt dat ze morgen weer langs komt. Ze knikt flauwtjes terwijl ze slikt.

In de vroege ochtend wordt Vrouwtje Jas wakker van de telefoon.

De winter is voorbij. Nel is naar het licht…

Met plezier gelezen? Help de schrijver aan meer lezers en deel het verhaal op social media. Dat gaat heel eenvoudig met de icoontjes hieronder.

Geef een reactie

×